, ,

“Oei, ik heb geen tijd om met jou samen te zitten.”

Altijd een spannend moment: je bent een tijdje thuis (bijvoorbeeld met diagnose burn-out) en denkt aan terugkeren naar je werkplek.

“Bereid je almaar voor op veel werk”

Vanessa belde met haar coördinator, om te vertellen dat ze in juni weer zou willen starten. Die coördinator vertelde meteen dat ze geen tijd had om samen te zitten: “Kom maar gewoon weer werken, we zien het wel. Ik heb nu geen tijd, je weet dat het hier druk is, hé. Bereid je almaar voor.” (geen grap)

Er is de leidinggevende die elke maand afspreekt met de collega die thuis is. Ze drinken samen iets op café, en praten bij. Soms gaat het zelfs niet over het werk. (ook echt gebeurd)

Jullie raden meteen wie het meest relaxt weer aan de slag gaat.

Enkele tips voor organisaties en voor werknemers

1. “Ik heb geen tijd om samen te zitten”: dát is een alarmbel

We weten allemaal dat het onzin is. En we weten allemaal dat we het als leidinggevende/diensthoofd/chef/baas het zelf sneller zeggen dan we zouden willen: “Ik heb nu geen tijd voor jou.” En als we het niet zeggen, tonen we het wel met ons gezicht, ons lijf of door het weinige enthousiasme in onze e-mail.

Besef dat als jij zoiets vertelt aan een collega, het evenzeer een alarm is voor jezelf: wil je echt een baas zijn die geen tijd maakt voor die ene collega, omdat dossiers, vergaderingen, deadlines…  al je tijd en energie opslorpen?

Als je werknemer bent: wil jij opnieuw werken op een plek waar de leidinggevende geen tijd heeft voor jou, of niet de juiste opleiding of inzichten heeft om te beseffen dat collega’s belangrijk zijn? Zie je mogelijkheden om de menselijke kant op je job mee een duwtje in de juiste richting te geven? En zou je daar – later, nog niet nu – zin in hebben?

 

2. “Ik zag dat je bij de baas was. Waarom ben je niet langsgekomen? Zijn we niet belangrijk genoeg?”

Dit is er eentje voor collega’s. Sara, drie maanden thuis, had zich opgepept om bij haar coördinator een gesprek te voeren over de mogelijke terugkeer naar haar functie. Ze was best nerveus: ze wilde enkele moeilijke boodschappen op tafel leggen, die hadden we samen besproken. Eigenlijk wilde ze vooral geen collega’s zien, net omdat ze een overplaatsing wilde vragen.

De leidinggevende wilde dat Sara naar kantoor kwam. Ongemerkt binnen- en buitenkomen, was duidelijk niet gelukt. Haar whatsapp begon te biepen zodra ze het gebouw verliet. Collega’s waren niet erg zuinig met hun commentaar: Waarom ben je niet langsgekomen? Vind je ons niet meer belangrijk? (ook echt gebeurd)

Daarom:

  • als leidinggevende: zorg dat een gesprek met een collega best buiten de vertrouwde gebouwen plaatsvindt
  • als collega: respecteer dat een collega er nog geen nood aan heeft om jullie te zien
  • als medewerker die komt overleggen: steek je nek uit en vraag of je kan afspreken in een cafeetje in de buurt

3. Laat het langs beide kanten even bezinken en maak meteen een volgende afspraak

Soms is het voor beide kanten even schrikken, om weer samen aan tafel te zitten.
Neem Hendrik. Samen hadden we talenten en valkuilen doorgesproken en wisten we goed wat hij verlangde van zijn directe manager. Ook had hij nood aan meer stilte, en had hij een concreet voorstel om geregeld in een rustiger ruimte te gaan zitten.

Hendrik was, met andere woorden, voorbereid. Zijn vragen had hij netjes bij in een lijstje.
En daarop was de manager duidelijk niet voorbereid. Waardoor die meteen begon te zeggen dat het niet kon, het zou moeilijk zijn…

Gelukkig hadden we ook die mogelijke weerstand met Hendrik doorgesproken. Dus kon hij het gesprek mee in de hand geven en voorstellen dat ze twee weken later weer zouden afspreken, zodat zowel hij als de manager het gesprek konden laten bezinken.

Hendrik was amper thuis, toen hij een mail kreeg van zijn manager:

“Hendrik, dank je voor dit gesprek. Je staat er helemaal en ik voel je enthousiasme. Ik beloof dat ik je vragen meeneem naar het directieteam, zodat we ervoor kunnen zorgen dat jouw herstart succesvol is.”

Niet alle vragen van Hendrik werden ingewilligd. Sommige wel. En dat komt mee door zijn aanpak van dat eerste gesprek.

4. Mildheid

Een collega die uitvalt, heeft soms de tijd gekregen om beter te voelen wat zij/hij nodig heeft. Vanop afstand zie je sommige noden duidelijker, zowel voor jezelf als voor de organisatie. Enige mildheid is dan handig: gun jezelf en ook je collega’s en bazen wat tijd. Tenzij je voelt dat jouw grens bereikt is. Beslis dan gerust dat het nu tijd is om nieuwe oorden op te zoeken.

Voor organisaties en leidinggevenden zijn mensen die terugkeren na een tijdje thuis, altijd een uitdaging. Zie ze als een geschenk, om je eigen blinde vlekken wat kleiner te maken en je organisatie naar een hoger niveau te tillen.

 

Ilona Plichart
Loopbaancoach, stress- en burn-outcoach en trainer bij I love my job